Route bus en boot - Route coach and boat
Hallo lieve vrienden,
7 maart lagen we in de haven van Valletta in Malta.
Ik voelde me weer iets beter, niet echt super, maar het
ging wel.
Ook Malta kennen
we redelijk goed. In 2012 hebben we hier een week doorgebracht en
met openbaar vervoer het hele eiland verkend en een tocht naar Gozo
gemaakt.
Malta heeft veel oude archeologische plaatsen, zoals
tempels uit 3500-2500 voor Chr. Sommige bouwwerken zijn ouder dan de
piramiden in Egypte en zelfs ouder dan Stonehenge. We konden ons hartje
ophalen op dit eiland.
De excursies die nu werden aangeboden hadden we
allemaal al op eigen houtje gedaan. Toch was er iets wat we niet
hadden gedaan: een vaartocht met een oud, omgebouwd vissersbootje.
Dat leek ons wel wat: Valletta bekijken vanaf het water.
We vertrokken met de bus naar Sliema en van
daaruit voeren we naar zijtakken van de haven van Valletta. Valletta
ligt op een schiereiland en is omringd door twee natuurlijk havens. Dit betekende,
dat ons kleine bootje een stukje over open zee moest. Er stond een
stevig windje en sommige passagiers werden een beetje wit en groen om hun
neus. De gids pauzeerde voor het afspelen van toepasselijke muziek: de Titanic song van Céline Dion. Dat zal wel Maltezer humor
zijn en wij vonden het wel grappig.
Na de vaartocht was er een korte
tijd om nog wat te winkelen of koffie te drinken en daarna gingen we
weer met de bus naar het schip. 's Middags ben ik weer naar bed
gegaan, want ik voelde me toch nog niet helemaal lekker.
Ik had een dagje om wat bij te komen. Op 9 maart zouden we een mooie, avontuurlijke excursie
maken. We zouden vanaf de
cruiseterminal in La Goulette, bij Tunis, met een 4x4-auto het
binnenland van Tunesië ingaan. Hier zouden we Romeinse opgravingen
bekijken en gaan lunchen in een bijna verlaten Berberdorp.
Het ontbijt verliep al niet naar wens, ik had geen trek en voelde
me niet goed. Ik pakte een broodje in voor
onderweg. Terug in de hut voelde ik me slechter en ik besloot
niet mee te gaan. Misselijk beginnen aan een avontuur met een 4x4-auto door de binnenlanden van Tunesië leek me geen goed plan. Dus
Jan moest weer zonder mij op stap.
Ik ging naar de dokter, want het duurde nu toch wel lang voordat ik
hersteld was. De arts
constateerde dat ik een luchtweginfectie had en schreef medicijnen en antibiotica voor. Ik kreeg een stempel op mijn
excursietickets van deze en van de vorige keer en kon nu mijn geld
terugvragen. Die dag heb ik veel geslapen.
Intussen was Jan vertrokken voor de excursie. Er waren vier
4x4-auto's en ze werden de hele excursie begeleid door een
politiewagen.
De eerst stop was bij het Zaghouan-aquaduct. Het is een oud
Romeins aquaduct dat van de bron in Zaghouan naar de stad Carthago
loopt. Met zijn 132 km lengte was het een van de langste aquaducten
van het Romeins rijk. Vorig jaar hebben we een gedeelte van dit
aquaduct gezien in de buurt van Carthago.
Niet ver van het aquaduct ligt de archeologische plaats Uthina
of Oudna. Het was een oude Romeinse kolonie, die
voornamelijk werd bevolkt door veteranen uit het Romeinse leger.
Uthina had een van de grootste Romeinse amfitheaters van
Noord-Afrika. Er konden 16.000 toeschouwers in en gedeelten van het
theater zijn gerestaureerd. Dit is ook gebeurd met het Capitool,
zodat je een beetje een indruk krijgt hoe deze tempel er uit heeft
gezien. Op verschillende plaatsen vind je de resten van de thermen,
de warmwaterbaden. Er zijn ook veel mozaïeken bewaard gebleven.
Na het verblijf in Uthina was het ongeveer een uur rijden naar Zriba Olia. Dit is een Berberdorp, dat in de 17e eeuw is gebouwd tussen rotsachtige bergpieken. Het dorp is weer verlaten in de jaren 60 van de vorige eeuw. Na het bezichtigen van de grotwoningen en gebouwen, werd er een Tunesische lunch van 3 gangen geserveerd. Vervolgens ging de reis weer terug naar het schip.
We
waren nu 19 dagen onderweg en de reis ging westwaarts naar Cagliari
op Sardinië. Vorig jaar hadden we hier de archeologische Nora-site
bezocht, ongeveer 40 km ten zuiden
van de stad. We hadden toen niet veel van de stad gezien en nu had ik nog
niet veel fut. We gingen met de shuttlebus naar de stad en bezochten
een terrasje.
Verder deden we rustig aan en gelukkig voelde ik me de volgende dag een
stuk beter.
We waren 12 maart weer in Spanje en we legden aan in
Valencia. Bij onze reis in 2011 had Valencia veel indruk gemaakt
en we verheugden ons op het vervolgbezoek.
We kozen voor de excursie "Valencia and Albufera National
park".
Valencia is een oude stad, in 138 v. Chr. gesticht door de Romeinen. De
Latijnse naam Valentia betekent "kracht" of "heldhaftigheid"
en was bedoeld om de veteranen van het Romeinse leger te eren.
We vertrokken met de bus naar
het oude centrum en reden langs de Jardin de Tula. Dat is een
langgerekt park met o.a. een kinderspeelplaats, een fontein en
sportvelden. Het is aangelegd in de drooggelegde rivierbedding van
de Turia-rivier. De rivier zelf is, na zware overstromingen, in de
jaren 60 omgeleid.
Vlak bij het centrum stopte de bus en onze tour ging te voet
verder naar het oude historisch centrum. Dit is enorm groot (169 ha,
420 acres).We hebben veel gezien, maar natuurlijk niet alles.
Toevalligerwijs was in Valencia het jaarlijkse Fallas-festival
gestart. Het Latijnse woord "falla" wijst op "fakkels" en
sinds de Middeleeuwen werden op 19 maart vreugdevuren aangestoken. Nu is het
een folkloristisch festival.
Er worden o.a. allerlei beelden en constructies van hout
en piepschuim gemaakt, die mij deden denken aan de wagens van carnavalsoptochten
in het zuiden van Nederland. De beelden en constructies in Valencia
worden ook falla genoemd. Ze worden per buurt gemaakt en
iedereen in de buurt draagt zijn of haar steentje bij. Aan het einde
van het feest worden er prijzen voor de mooiste stukken uitgereikt.
Daarna worden de poppen in brand gestoken.
Het feest duurt een aantal dagen en vóór het spectaculaire einde
zijn er allerlei feestelijke en muzikale bijeenkomsten. De meisjes
en de jongens zijn prachtig verkleed.
Wij hadden het geluk de feestgangers door de stad te zien lopen en
konden hier en daar ook van de straatmuziek genieten.
In het centrum bezochten we enkele architectonische hoogtepunten en
intussen genoten we van de feestelijke sfeer.
Tot slot brachten we
een bezoek aan de overdekte markt (Mercado Central), die in een mooi Art Nouveau-gebouw is gevestigd.
Het volgende onderdeel van de excursie was een tochtje met de bus naar het natuurpark "Albufera
Natural Parc", 20 kilometer ten zuiden van Valencia. Het is een
lagune met een zoetwatermeer van 1 meter diep. Een lange duinenrij
scheidt het zoetwatermeer van de Middellandse Zee. Het beslaat een
oppervlakte van ongeveer 24 km² en is omgeven door 223 km² aan
rijstvelden. De regio wordt ook wel de bakermat van de paella
genoemd.
We voeren met een albuference, een soort platte fluisterboot, door
het gebied met veel beschermde diersoorten en planten.
Na afloop kregen we een 3-gangenlunch in een nabijgelegen restaurant. Het
hoofdgerecht bestond uit paella met kip.
Nadat de inwendige mens weer versterkt was, gingen we terug naar
Valencia.
Er was tijd over en we konden te voet een gedeelte van de
Ciutat de les Arts i les Ciències (Stad van Kunst en Wetenschap) verkennen. Dit is gebouwd in de droge rivierbedding. Het is
een complex met een opera en muziekpaleis, het grootste zeeaquarium
van Europa, een interactief wetenschapsmuseum en een IMAX-bioscoop.
Het ziet er zeer futuristisch uit.
Deze dag kon niet meer stuk en was voor mij een van de mooiere dagen
van deze cruise.
De laatste stad die we in het zuiden van Spanje aandeden was
Alicante.
Het is een grote havenstad met meer dan 500.000
inwoners (2025). Het is tevens een belangrijk toeristisch centrum
met allerlei voorzieningen zoals een prachtige boulevard,
winkelcentra, cafeetjes en restaurantjes. En voor de badgasten is er
een mooi zandstrand.
Wij zijn echter geen strandgangers en gingen een excursie doen naar
het 65 km verder in de bergen gelegen El Castell de Guadalest,
kortweg Guadalest genoemd. Dit is een plaatsje met ±284
inwoners (2025). Het is klein maar eveneens toeristisch. Het heeft
een pittoresk kasteel dat uitkijkt op een vallei met de Guadaleste
rivier en een stuwmeer en is omringd door hoge bergtoppen. Het dorp
heeft 8 (kleine) musea.
In het eerste gedeelte van de route reden we langs de Middellandse Zee. Bij Benidorm
sloegen we af en
gingen we de bergen in.
Benidorm zag er in onze ogen niet aantrekkelijk uit: de skyline bestaat uit een groot aantal zeer hoge
hotelflats. De gids noemde het "Manhattan aan de Middellandse Zee".
In het tweede gedeelte van de route reden we op een provinciale weg
door de heuvels. We naderden langzamerhand een gebied met zeer hoge
bergketens. Daar lag het schilderachtige Guadalest.
We kwamen
vroeg aan, rond half 10 en de grote parkeerplaats was nog bijna
helemaal leeg. Vanaf de
parkeerplaats liepen we naar het dorpje en we zagen het kasteel hoog boven
het dorp uit toornen. Ook het dorpje zag er stil en verlaten uit. Het
was een groot contrast met het drukke Alicante en het protserige
Benidorm.
We hadden een
flinke klim voor de boeg om bij het kasteel te kunnen komen.
Gelukkig waren er voldoende rustmomenten voor uitleg en om foto's te
kunnen nemen.
In het dorp moesten we door een tunneltje in de rotswand naar het
eerste pauzepunt. Dit was het plein met het stadhuis en ons eerste mooie
uitzicht op het dal met het meer en de bergen.
Na de fotostop bezochten we het Huis Ordunas, de woning van de
vroegere eigenaren van het kasteel. Hierna vervolgden we onze klim
over de kasseien naar boven en onze inspanningen werden beloond met een adembenemend
uitzicht. We konden de beroemde klokkentoren van het
kasteel goed zien. Deze toren staat op een afzonderlijke rots.
Nadat we alles uitgebreid hadden bekeken, begonnen we aan de afdaling.
Het was intussen twee uur later en we merkten dat het veel drukker was
geworden. De winkeltjes waren open en je hoorde weer het geroezemoes van
pratende mensen op straat. De parkeerplaats was nu zo goed als vol.
We gingen eerst wat drinken en daarna bracht de bus ons veilig
in Alicante. We waren net op tijd om te kunnen lunchen.
Het schip verliet om 14u Alicante voor een onstuimig tochtje van anderhalve dag naar Portugal. We verlieten de Middellandse Zee en gingen door de straat van Gibraltar weer terug naar Noord-Europa. De buitendekken waren i.v.m. de woelige zee afgesloten en overal hingen spuugzakjes voor zeezieke mensen.
Hello dear friends,
On March 7 we were in the
port of Valletta in Malta. I felt a little better, not
really great, but it went well.
We also know Malta quite well. In 2012 we spent a week here and
explored the entire island by public transport and we made a trip to
Gozo.
Malta has many ancient archaeological sites, such as temples from
3500-2500 BC. Some structures are older than the pyramids in Egypt
and even older than Stonehenge. We could indulge ourselves on this
island.
We had done most of the excursions which were offered now.
Yet there was something we did not do: a boat trip on an old,
rebuilt fishing boat. We thought that should be something: seeing
Valletta from a small boat.
We left by bus to Sliema and from there we sailed to various
branches of the port of Valletta.
Valletta is located on a peninsula and is surrounded by two natural
harbours. This meant that our small boat had to sail on the open sea.
There was a strong wind and some passengers
went white and
green around the gills. The guide paused his talk, so we could listen to a piece of
appropriate music; the Titanic song by Céline Dion. That must
be Maltese humour and we thought it was funny.
After the boat trip there was a short time to do some shopping or drink
coffee and then we went back to the ship by bus. In the afternoon I
went back to bed, because I still didn't feel completely well.
I had a day to recover. On March 9 we would make a beautiful,
adventurous excursion. We would leave the cruise terminal in La
Goulette, near Tunis and visit the interior of Tunisia
with a 4x4 car. We would view Roman excavations and have lunch in an
almost deserted Berber village.
During breakfast I was not hungry and did not feel well. I packed a
sandwich for the road. Back at the cabin I felt worse and decided
not to participate the excursion. Starting an adventure with a 4x4
car through the interior of Tunisia feeling sick didn't seem like a
good plan to me. So Jan had to go out without me again.
I went to the doctor, because it was taking too long to recover. The
doctor diagnosed me with a respiratory tract infection and prescribed
medication and antibiotics. I got a stamp on my excursion tickets
of this and last time and could now ask for my money back. I slept
a lot that day.
In the meantime, Jan had left for the excursion.
There were four 4x4 cars and they were accompanied by a police car
throughout the excursion.
The first stop was at the Zaghouan Aqueduct. It is an ancient Roman
aqueduct that runs from its source in Zaghouan to the city of
Carthage. With a length of 132 km, it was one of the longest
aqueducts of the Roman Empire. Last year we saw part of this
aqueduct near Carthage.
Not far from the aqueduct is the archaeological site of Uthina or
Oudna. It was an ancient Roman colony, populated mainly by veterans
of the Roman army.
Uthina had one of the largest Roman amphitheatres in North Africa.
There could have been 16,000 spectators in and parts of the theatre
have been restored. This also happened to the Capitol, so you get an
idea of what this temple looked like. You will find the remains of
the thermal baths in various places on the site. Many mosaics have
also been preserved.
After the visit of Uthina it was about an hour's drive to Zriba Olia. This is a Berber village built in the 17th century among rocky peaks. It was abandoned in the 1960s. After visiting the cave dwellings and buildings, a 3-course Tunisian lunch was served. Then the journey went back to the ship.
We had been travelling now for 19 days and we went west to Sardinia. Here we visited Cagliari. In 2025 we had been to the archaeological Nora site, about 40 km south of the city. We hadn't seen much of the city then and now I didn't have much energy yet. We took the shuttle bus into town and visited a terrace.
Luckily I felt a lot better on March 12. We
were back in Spain and we berthed in Valencia.
Valencia had made a great impression on our trip in 2011 and we were
looking forward to the follow-up visit.
We chose the excursion "Valencia and Albufera National park".
Valencia is an ancient city, dating back to 138 BC and has been founded by the
Romans. The Latin name Valentia means "strength" or "heroism" and
was intended to honour the veterans of the Roman army.
We left by bus to the old centre and drove past the Jardin de Tula.
This is an elongated park with a children's playground, a fountain
and sports fields. It was constructed in the drained riverbed of the
Turia River. The river itself was diverted in the 1960s after heavy
flooding.
The bus stopped near the old centre and our tour
continued on foot to the old historic centre. This is enormous (169
ha, 420 acres). We saw a lot, but of course not everything.
Coincidentally, the annual Fallas festival had started in Valencia.
The Latin word "falla" indicates "torches" and
since the Middle Ages bonfires were lit on March 19. Now it is a folkloric festival
lasting more than a week.
Statues and constructions are made of wood and polystyrene, which
reminded me of the floats of carnival parades in the south of the
Netherlands.
The statues and constructions in Valencia are also
called falla.
They are made per neighbourhood and everyone in the
neighbourhood contributes. At the end of the party, prizes will be
awarded for the most beautiful pieces. Then the dolls are set on
fire.
The festival lasts for more than a week and before the spectacular end
there are all kinds of festive and musical gatherings. The girls and
boys are beautifully dressed.
We were lucky enough to see the partygoers walking through the city
and were also able to enjoy the street music here and there.
In the centre we visited some architectural highlights and meanwhile
we enjoyed the festive atmosphere.
Finally, we visited the Covered
Market (Mercado Central), which is located in a beautiful Art Nouveau building.
The next part of the excursion was a trip by bus to the natural park
"Albufera Natural Parc", 20 kilometres south of Valencia.
It is a lagoon with a freshwater lake of 1 meter deep. A long row of
dunes separates the freshwater lake from the Mediterranean Sea. It
covers an area of approximately 24 km² and is surrounded by 223
km² of rice fields. The region is also called the cradle of paella.
We sailed with an albuferenc, a kind of flat whisper boat, through
the area with many protected animal species and plants.
Afterwards there was a 3-course lunch in a nearby restaurant.
The main course consisted of paella with chicken. After the inner man
was fortified we went back to
Valencia.
There was time left and we were able to explore a part of
the Ciutat de les Arts i les Ciències (City of Arts and Sciences) on
foot. This is also built in the dry riverbed. It is a complex with
an opera and music palace, the largest sea aquarium in Europe, an
interactive science museum and an IMAX cinema. It looks very
futuristic.
This day couldn't have been better and for me it was one of the best
days of this cruise.
The last Spanish city we visited in the south was
Alicante.
It is a large port city with more than 500,000 inhabitants (2025).
It is also an important tourist centre with all kinds of facilities
such as a beautiful boulevard, shopping centres, cafes and
restaurants. And for bathers there is a beautiful sandy beach.
However, we are not beachgoers and we went on an excursion to El
Castell de Guadalest, simply called Guadalest, 65 km
further in the mountains. This is a town with ±284 inhabitants
(2025). It is small but also touristy. It has a picturesque castle
overlooking a valley with the Guadaleste river and a reservoir and
is surrounded by high mountain peaks. The village has 8 (small)
museums.
In the first part of the route we drove along the Mediterranean Sea.
At Benidorm we turned off and went into the mountains.
Benidorm did not look attractive to us: the skyline consists of a
large number of very high hotel flats. The guide called it
"Manhattan on the Mediterranean".
In the second part of the route we drove on a provincial road
through the hills. We were gradually approaching an area with very
high mountain ranges. And then we saw picturesque Guadalest.
We arrived early, around 9:30 a.m. and the large car park was almost
completely empty. From the parking we walked to the village and we
saw the castle towering high above the village. The village also
looked quiet and deserted. It was a big contrast to busy Alicante
and gaudy Benidorm.
We had a long climb ahead of us to get to the castle. Fortunately,
there were enough moments of rest for explanations by the guide and
to take photos.
In the village we had to go through a tunnel in the rock wall to the
first break point. This was the square with the town hall and our
first beautiful view of the valley with the lake and the mountains.
After the photo stop we visited House Ordunas, the home of the
former owners of the castle. Then we continued our climb over the
cobblestones and our efforts were rewarded with a breathtaking view.
We could clearly see the castle's famous bell tower. This tower
stands on a separate rock.
After we had taken a good look, we started the descent. It was now
two hours later and we noticed that it had become much busier. The
shops were open and you could hear the buzzing of people talking on
the street. The car park was now almost full. We first went for a
drink and then the bus took us safely back to Alicante. We arrived just in time for lunch.
The ship left Alicante at 2 p.m.
for a turbulent trip of one and a half days to Portugal. We left the
Mediterranean and went back to Northern Europe through the Strait of
Gibraltar. The outside decks were, due to the turbulent sea, closed
off and spit bags were hanging everywhere for seasick people.
Valletta (map)
La Goulette (map)
Valencia (map)
Gewijzigd op: 27-04-26 00:42:35